In 1994 is de Wet WOZ in het leven geroepen. Zowel gemeenten, waterschappen en de Belastingdienst gebruiken de hoogte van de WOZ waarde als grondslag voor diverse belastingen. De onroerendezaakbelasting is een percentage van de WOZ waarde. De hoogte hiervan wordt mede bepaalt door de vastgestelde OZB tarieven. Doordat gemeenten keuzevrijheid hebben in de vaststelling van de OZB tarieven zijn de verschillen per gemeente enorm. En daar gaat het dan ook mis…
Woning tarief verschilt per gemeente enorm
Dalen de WOZ waarden in uw gemeente, dan verhoogt de gemeente meestal het OZB tarief om toch tot een sluitende begroting te komen. Een lagere WOZ waarde kan zo dus toch tot een hogere ozb-aanslag leiden. Voor gemeenten is de onroerendezaakbelating de grootste bron van ‘eigen’ inkomsten. In totaal wordt er jaarlijks ruim 3,5 miljard euro aan OZB geheven. Wettelijk gezien is er een plafond vastgesteld voor de hoogte van de opbrengsten van de OZB, de zogeheten macronorm. Het Rijk kijkt hierbij naar de totale landelijke OZB opbrengsten. Individuele gemeenten hebben echter geen limiet en hebben dan ook keuzevrijheid in de vaststelling van het OZB tarief. Dit zorgt voor grote verschillen tussen gemeenten. Zo hebben in 2019 de gemeente Texel en Amsterdam de laagste ozb tarieven van Nederland.